Alle diensten Roemeens.Com

  Het Roemeens - de overgang van het cyrillische naar het Latijnse schrift

Het Roemeens wordt tegenwoordig in 'ons' Latijnse alfabet geschreven. Maar lange tijd was dat niet het geval. Tot in de 19e eeuw werd door velen het cyrillische schrift gebruikt. Dat wil zeggen: toen kon je het Roemeens schrijven zoals je zelf wilde. Sommigen deden het dan ook 'met de oude Roemeense letters, anderen met Latijnse, en weer anderen verander[d]en ze naar het model van de Russische letters, maar de meesten [schreven] een mengeling van allemaal.' Over deze geleidelijke overgang en haar vreemde Roemeense 'transitie-alfabetten' gaat het volgende artikel.

De Roemeense taal: van slove naar litere

Inleiding
In een algemeen artikel over de Roemeense taal (zie RB, april 2001) noemde Jan Willem Bos reeds de overschakeling van het cyrillische alfabet - dat was gecreŽerd aan het eind van de 9e eeuw - op het Latijnse alfabet. Die overgang was zeker geen korte stap. Aangezwengeld door het pionierswerk van de Scoala Ardeleana (een groep Transsylvanische wetenschappers in de 18e-19e eeuw die de Latijnse wortels van de Roemenen en hun taal in TranssylvaniŽ, MoldaviŽ en Walachije benadrukte) vormde de transitie eerder een lang proces van aanpassingen, waarbij allerlei vooroordelen en praktische hobbels overwonnen moesten worden. De ontwikkeling in de drie historische provincies voltrok zich bovendien onderling verschillend. Wat volgt, is een luchtige schets van dit stroeve proces, dat via de versimpeling en modernisering van het oude cyrillische alfabet, via een nieuw cyrillisch abc en een voortdurend wijzigend gemengd transitie-alfabet, uiteindelijk heeft geleid tot het Latijnse schrift. Met een beetje fantasie zijn er trouwens aardige parallellen waarneembaar tussen dit oude taalkundige gebeuren en de sociaal-economische transitie die RoemeniŽ nu, dus anderhalve eeuw later, doormaakt.

Duivelsnest
Een eerste zorg van de vroege Roemeense taalkundigen was het scheppen van orde in het omvangrijke cyrillische apparaat. Dat oude alfabet bestond namelijk uit liefst 43 letters. Ienachita Vacarescu, ťťn van de eerste schrijvers van een grammatica-boek(1), stelt in 1787 voor om er hier nog 33 van te bewaren, maar wie het boek doorbladert, ziet meteen dat er in de tekst van de grammatica zelf toch nog letters zijn doorgedrongen die nŪet stonden op zijn voorgestelde lijst. Later doet ook Ion Budai Deleanu, een andere geleerde, voorstellen voor het versimpelen van het Roemeense cyrillische alfabet. Hij doet dat in zijn filologische werken en zelfs in de voetnoten van zijn beroemde epos Tiganiada, waarin hij aangeeft dat een aantal Ďongebruikte letters eruit gegooid kan worden'.

Ion Heliade-Radulescu, junior-docent aan het Sf. Sava-lyceum in Boekarest - de eerste hogere school met het Roemeens als voertaal - stelt in 1823 op zijn beurt voor om het alfabet nog meer te versimpelen. Daarmee haalt hij zich de woede van Walachijse metropoliet Grigore op de hals, die voorzitter is van de Eforie van de scholen (een voorloper van het ministerie van onderwijs): 'Wie zijn jullie wel, om het lef te hebben de Roemeense taal kapot te maken en de rechte (pravoslavnica) wet en het orthodoxe geloof te beroeren. Wat zijn dat voor ketterijen? [...] Waar blijft Alfa en Omega, als jullie, ongelovigen, de omega hebben verworpen? De wet en het geloof is niet meer sinds de tijden zijn vervlogen dat mensen zoals jullie levend werden verbrand. Ik zal jullie allen verbannen die uit dat duivelsnest zijn gekomen waar jullie leraar Lazar [de oprichter van het Roemeenstalige Sf.Sava-lyceum, AK] de eieren van de Satan heeft uitgebroed.' Gelukkig licht hofmaarschalk Mihalache Ghica zijn broer, vorst Grigore Ghica, tijdig in. Als de metropoliet zich vervolgens komt beklagen aan het hof, antwoordt Ghica hem dan ook gladjes dat hij zich beter met kerkelijke zaken bezig kan houden.

Onschuldige kindekens
Het voorval vindt later zijn afspiegeling in het felle, polemische karakter van het voorwoord van Gramatica romaneasca (1828), waarin Heliade 'officieel' de versimpeling voorstelt van het alfabet. Daarbij gaat hij uit van 35 bestaande letters, het bovengenoemde lijstje van Ienachita Vacarescu plus nog twee: in totaal 11 klinkers en 24 medeklinkers. Heliade stelt voor dat er van elk 3 worden weggelaten ('zodat ze geen moeilijkheid opleveren voor de onschuldige kindekens'). Dit nieuwe alfabet komt daarmee uit op 29 lettertekens. Desondanks worden in zijn boek nog vijf andere letters gebruikt.

In 1835 verschijnt er in de drukkerij van Heliade een anoniem boek waarin diens invloed duidelijk is terug te vinden. Enkele delen zijn nota bene identiek aan de zeven jaar eerder uitgekomen grammatica, maar in het anonieme werk wordt het alfabet zelfs teruggebracht tot 27 letters. Naar het schijnt, is er in 1835 in de drukkerij van Heliade nog een tweede anoniem grammaticaboek uitgekomen, dat dezelfde 27 letters voorstelt, maar dan in de volgorde van het Latijnse alfabet. In ieder geval is aangetoond dat er zes jaar later, in 1843, dus twintig jaar na Heliade's eerste voorstellen en een halve eeuw na de eerste pogingen van Ienachita Vacarescu, didactische kaarten bestaan voor gebruik op scholen, met het cyrillische alfabet nu volledig in Latijnse volgorde, zodanig dat ze de weg openen voor de latere vervanging van cyrillische tekens door en Ó.

Woordenstrijd
In hun strijd voor invoering van het Latijnse schrift voor het Roemeens gebruikten Petru Maior (van de Scoala Ardeleana) met name het etymologische element ('Roemeens is gebaseerd op het Latijn'), Ion Budai Deleanu (idem) vooral het grammaticale ('Roemeens kan alleen grammaticaal gesystematiseerd worden als het met Latijnse letters wordt geschreven'). Iancu Vacarescu, auteur (reeds vůůr 1828) van een grammatica-manuscript in het Latijnse alfabet, introduceert het culturele argument ('uit [Latijnse] letters komt literatuur voort; uit [Slavische] slove alleen maar schrijverij'), een mening die in 1829 door Heliade wordt onderbouwd. Na 1830 komt deze laatste ook met politieke argumenten ('noodzaak om mee te doen met de gerespecteerde landen').

Ioan Rusu geeft in 1838 een overzicht van de argumenten.(3) Daaruit blijkt dat de voorstanders van de cyrillische tekens vooral de traditie en een aantal praktische voordelen benadrukken, terwijl de pleitbezorgers voor de Latijnse letters het accent leggen op modernisering en opening voor 'de latiniteit' en voor 'Europa'. Formeel noemt het artikel eerst de motieven van linguÔstische aard, waaronder vervolgens een mengeling van sociaal-politieke, culturele en religieuze argumenten schuilgaat. Duidelijk blijkt dat voor de jonge generatie van 1830 het cyrillische alfabet met name oriŽntalisme betekent, het Latijnse occidentalisering - termen waarmee overigens ook in de politiek-culturele debatten van nu nog wordt geschermd. De 'slove' staan in 1830 echter voor onderdrukking, de 'letters' voor emancipatie; het oude schrift gaat samen met stagnatie en conservatorisme, het nieuwe met opening, vooruitgang, revolutie. En om de weerstand van de tegenstanders van het Latijnse alfabet te overwinnen, is er simpelweg een voorlopig compromis, een transitiealfabet, nodig.

Alweer Heliade
De belangrijkste naam achter dit transitiealfabet is die van Sf.Sava-docent Ion Heliade-Radulescu, die door het uitgeven van enkele van de eerste Roemeene tijdschriften Curierul rumanesc (vanaf 1829) en Curierul de ambe sexe (vanaf 1837) min of meer leraar wordt van heel Walachije. Het lijkt er op dat hij hierbij systematisch te werk is gegaan: het verdelen van de 'leerlingen' in twee klassen: de beginners, de lezers van Curierul rumanesc, en de gevorderden, die van Curierul de ambe sexe. Het oudste blad, Curierul rumanesc, wordt in de eerste twee jaar (1829-1830) gedrukt in een onverwachte grafische rijkdom: niet alleen worden de tekens gebruikt die Heliade in zijn grammatica reeds had 'afgeschaft', maar zelfs ook de prosodische tekens van het oude geschreven cyrillisch. Kennelijk moest het tijdschrift eerst lezers winnen; het direct beginnen met een radicale orthografie-hervorming zou namelijk weleens het tegengestelde effect gehad kunnen hebben.

Getekend, Ion Heliade-Radulescu...

Vanaf 1831 wordt echter een dubbele innovatie doorgevoerd: het alfabet wordt gereduceerd tot 30 tekens (min of meer de letters die hij eerder in de grammatica had voorgesteld) en hun uiterlijk wordt gemoderniseerd. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan een steeds wijder verbreide mening dat het oude cyrillische alfabet 'lelijk' zou zijn.(4) Het is echter niet uitgesloten dat achter het esthetische argument van 1830 een praktisch doel schuilgaat: het publiek vertrouwd maken met het nieuwe uiterlijk van de grafische tekens en de lezers voorbereiden voor het Latijnse alfabet. Van de 26 letters hiervan is de helft (in hoofdletters) immers gelijkvormig aan het gemoderniseerde cyrillische alfabet.

Grafische innovaties
Tussen 1835-1839 worden in de Curierul rumanesc de eerste tekenen van het transitiealfabet zichtbaar als enkele cyrillische letters door hun Latijnse equivalenten worden vervangen: twee hoofdletters en twee kleintjes. Wanneer Heiliade's tweede tijdschrift uitkomt, Curierul de ambe sexe, gebeurt dit aanvankelijk in dezelfde grafische vorm (1837-1840), maar al spoedig blijkt waar Heliade naar toe wil: 'het aanbevelen aan de Roemenen van de letters van hun voorouders, om hen [...] deze te laten liefhebben, te eren en hen ten diepste hun taal te laten zien; om stilaan voort te schrijden totdat uiteindelijk alles met deze letters wordt gepubliceerd.' Heliade biedt daartoe in de eerste jaren vier teksten in het integrale Latijnse alfabet. Het didactische doel hiervan wordt duidelijk als we bedenken dat ťťn ervan iets eerder al in het cyrillisch was gepubliceerd. Nog duidelijker formuleert Heliade zijn bedoelingen in Curierul romanesc (nu met een 'o') 52/1839, wanneer hij de vervanging aankondigt van vier slove door d, e, s respectievelijk t, 'die bekend zijn bij alle Roemeense lezers, geleidelijk voortschrijdend met de vervanging in het derde en het vierde trimester, totdat dit blad, samen met zijn naam 'romanesc', zich zal tonen aan het publiek in de ware Roemeense kleren of letters.'

De vernieuwing wordt echter pas ingevoerd in 1841, in beide publicaties. Op dat moment maken ook drie hybride letters hun opwachting: grafische tussenvormen van cyrillische tekens en j, f respectievelijk r. Overigens zijn deze grafische tussenvormen niet nieuw. Vier jaar eerder doken ze al op in een vertaald theaterstuk van Alexandre Dumas, uitgegeven in 1837 in de drukkerij van Heliade. Hier wordt nog zo'n vierde letter gebruikt: een overgangsteken d en zijn Slavische equivalent. Ook in een boek over Braila uit 1840 komen ze voor, terwijl in 1847 in een werk van Grigore Alexandrescu(5) andere leuke tussenvormen voorkomen: een Ďb' met een vlaggetje (het 'gemiddelde' een gewone b en een cyrillische), een tussenvorm voor de overgang naar l, etc. In het midden latend of dit nu 'verlatijnste' cyrillische tekens zijn of Latijnse letters vermomd in een cyrillisch jasje, ze laten zien dat het alfabet van de jaren 1830-1860 een alfabet in beweging is.

'Wil van de Natie'
In 1844 kondigt Heliade aan dat hij de Curierul de ambe sexe voortaan helemaal in het Latijnse alfabet wil laten verschijnen. Hiertoe houdt hij een enquÍte onder de ('gevorderde') abonnees, die kennelijk met 616 voor en 27 tegen stemmen. Het gevolg: vanaf november 1844 verschijnt het blad in Latijnse letters, op triomfantelijke wijze aankondigend dat 'hier geen sprake meer is van een man alleen, maar van de wil van de Natie...' en dat 'de Natie vanaf heden een echt literaire carriŤre begint'. De reacties zijn echter niet overal even positief. Kritiek komt niet alleen van tegenstanders van het Latijnse alfabet, maar ook van collega-vernieuwers met eigen ambities. Gh. Asachi in MoldaviŽ bijvoorbeeld, die daar Albina Romaneasca uitgeeft, behoudt zich het recht voor om te zijner tijd een eigen systeem met Latijnse letters in te voeren, maar acht dat deze hervorming nu geen prioriteit heeft.

Ook Heliade's klas van de 'beginners' is nog niet klaar voor de grote stap. In Curierul romanesc worden in de periode 1841-1846 slechts twee nieuwe tekens ingevoerd: Ó en r. In nr. 60/1846 (dus twee jaar na invoering van het volledige Latijnse schrift in het zusterblad), vindt een aanzienlijkere wijziging plaats: b, f, g, j en l worden voortaan in het Latijn geschreven, terwijl nog eens een cyrillische consonant-diftong wordt afgeschaft. Daarnaast wordt ook beloofd om de p in te voeren. Het alfabet blijft desondanks nog tien cyrillische tekens bevatten. Maar dan gebeurt er iets vreemds: aan het eind van 1846 stagneert de verschijning van het tijdschrift tijdelijk en als het eind juni 1847 weer uitkomt, gebeurt dat in het alfabet dat was aangenomen in 1841. Heliade geeft hiervoor een auto-ironische verklaring: 'de redacteur wil eerst nog wat geld innen van mensen die bijna nog nooit Roemeense boeken hebben gekocht'. Al dan niet door financiŽle motieven ingegeven, geeft de 'stap terug' duidelijk aan dat het grote publiek nog niet zo makkelijk overstapt op de nieuwe schrijfwijze.

Buiten Walachije
De alfabetische transitie weerspiegelt zich niet alleen in het uiterlijk van tijdschriften en boeken, maar ook in de houding van de autoriteiten. Ook zijn er flinke verschillen waarneembaar tussen de ene staat en de andere. Het bovenstaande sloeg vooral op Walachije, maar in MoldaviŽ bijvoorbeeld ging men veel voorzichtiger te werk. De houding van Gheorghe Asachi kwam reeds ter sprake, maar ook een vernieuwer als Mihail Kogalniceanu, die was geschoold in Duitsland, voert een gematigd beleid. Als deze in 1838 het blad Alauta romaneasca overneemt, verschijnen de titel en enkele koppen voortaan in het Latijnse alfabet, maar meer ook niet. Andere periodieken van Kogalniceanu kennen een transitie-alfabet met vijf Latijnse tekens. In Romania literara (1855, elf jaar na de invoering van het volledige Latijnse schrift in een van de publicaties van Heliade in Walachije) groeit hun aantal met nog vier. In dat jaar, 1855, geeft Kogalniceanu zijn gedachtegang weer: 'Reeds in 1837, toen we in de banken zaten van de Universiteit van Berlijn, waren we voor het invoeren van de Latijnse letters; ook vandaag, als we zouden weten dat [de krant, A.K.] Steaua Dunarii daarmee meer gelezen en begrepen zou worden - iets dat noodzakelijk is, vooral voor een volkskrant - zouden we deze letters onmiddellijk invoeren, die, aangezien ze van onze voorouders zijn, vroeg of laat de onze zullen zijn. Maar, zoals we in de politiek niet voor utopieŽn zijn, zo zijn we in de literatuur niet voor pedantisme, noch voor charlatanerie; we zijn voor de Ťchte vooruitgang.'(6) Met andere woorden: Kogalniceanu acht in 1855 de tijd in MoldaviŽ nog niet rijp.

In TranssylvaniŽ wordt het transitie-alfabet gepromoot door de publicaties van Gh. Barit Gazeta de Transilvania en Foaia pentru minte, inima si literatura, terwijl de volgende stap wordt gezet door T. Cipariu, door het uitgeven, in 1847-1848, van de eerste krant in Latijns schrift: Organul luminarei. Vanaf 1852 gaan ook de tijdschriften van Gh. Barit over tot het publiceren van een aantal teksten in het nieuwe alfabet. Zo zal de eerste pagina van Gazeta... in het Latijnse schrift verschijnen, de andere drie in het cyrillische. Deze handelwijze zal zeer consequent worden doorgevoerd: zelfs als een artikel van de voorpagina doorloopt op de tweede pagina, zal het schrift halverwege wijzigen...

Jan de Steenhouwer
De wijze waarop de diverse initiatieven worden ontvangen, is divers. De in 1846 opgerichte bibliotheek van Roemeense studenten in Parijs verzoekt boekhandels en uitgevers bij voorkeur lijsten te sturen van drukwerken met Latijnse letters. De 'Literaire Vereniging' in Boekarest, onder voorzitterschap van de eerder genoemde Iancu Vacarescu, geeft in 1847 een commissie de opdracht om de introductie van het nieuwe alfabet te bestuderen, hetgeen onmiddellijk zijn weerslag krijgt in vele processen-verbaal. De autoriteiten daarentegen blijven vooralsnog vijandig. Bekend is de houding van Gheorghe Bibescu en zijn vrouw die woedend worden als zij van een jonge dichter een ode ontvangen die is geschreven in Latijns schrift.

De revolutie van 1848 neemt het gebruik van het Latijnse alfabet in haar programma op en het neerslaan van de revolutie heeft niet tot gevolg dat dit ideaal verdwijnt. De Eforie van de scholen behandelt het probleem in 1850, opnieuw in 1856 en nog eens in 1858. Een besluit uit 1856 voorziet uiteindelijk in het aannemen van het Latijnse alfabet, 'zowel in de schoolboeken als bij het schrijven', maar wonderlijk genoeg blijft er een cyrillische 'slova' gehandhaafd. De merkwaardigheid, zoals valt te verwachten, levert ironieŽn en protesten op: 'De buikige b [...] je kunt zien dat hij geen plek heeft gevonden in de Dimbovita [rivier, AK] om zich te verdrinken,' schrijft G. Sion in 1856. In 1858 wordt echter door een nieuw besluit van de 'Eforie' het integrale Latijnse alfabet aangenomen. Zo kan het gebeuren dat bij de opening van het schooljaar in september 1859, in bijzijn van vorst Alexandru Ioan Cuza, in Pitesti, leraar Basile Dragosescu zich richt tot de leerlingen met de volgende woorden: 'Kinderen! Na eeuwen van fronsen, lacht de goede God vandaag ook ons, Roemenen, toe. Vanaf vandaag hebben wij weer de waardigheid van een vrij volk, van een Latijns volk. Weg met de buitenlandse 'slova'! Leve de aloude letter!'

Vanaf dat moment is het nog slechts een kwestie van maanden totdat op 8 februari 1860 Ion Ghica, als premier van Walachije, een verordening tekent die het Latijnse alfabet aanneemt, terwijl dit in MoldaviŽ (dat inmiddels een Unie is aangegaan met Walachije) zijn beslag krijgt in 1862. Daarmee is het Latijnse alfabet feitelijk officieel, hoewel de kleine man nog jarenlang de naweeŽn zal voelen van het cyrillische tijdperk. In het stadje Cimpulung-Muscel herinnert een inscriptie in een kerk, gedateerd op 13 mei 1860, aan de herbouw van het gebedshuis. Onder de inscriptie, waarschijnlijk de eerste in het Latijnse alfabet, zet de maker ervan zijn naam vertederend in oude slove Ioan de Steenhouwer.

Noten: (1): Observatii sau bagari da seama asupra regulelor si orinduelelor igiramatic rumanesti. (2): Abecedar inlesnitor pentru imvatatura copiilor. (3): in Foaia pentru minte, nr. 10/1838. (4): Ironisch is dat het esthetische element rond 1900, in een context van een cultuurstroming die het autochtone element wil benadrukken, weer wordt aangevoerd ter archaÔsering van het Latijnse alfabet, nota bene door imitatie van de typische vormen van het oude cyrillische schrift. (5): Suvenire si impresii, epistole si fabule. (6): in Steaua Dunerii.
Literatuur: Academia Romana, Enciclopedia limbii romane, Boekarest 2001 Stefan Cazimir, Alfabetul de tranzitie, Boekarest 1986 Maria Cvasnii Catanescu, Limba romana. Origini si dezvoltare, Boekarest 1996 Grigore Tugui, Ion Heliade. Indrumatorul cultural si scriitorul, Boekarest 1984

Andre Kom
Roemenie Bulletin, oktober 2002, p. 40-44.
Voor een hedendaagse navolger van Heliade zie ook het artikel over de taalpolitie.

Terug naar Informatie over de Roemeense taal