Alle diensten Roemeens.Com

  De Roemeense taal - een historische inleiding

Het Roemeens is een Romaanse taal. Een '(Neo-)Latijns eiland in een Slavische zee', wordt er weleens gezegd. En daarmee vormt het een boeiende weerslag van een rijk historisch verleden: een aaneenschakeling van confrontaties met talen en culturen uit West- en Zuidoost-Europa. Het volgende artikel vormt een aardige inleiding voor iedereen die weleens wat meer wil weten over het Roemeens.

Limba rom‚n„ - De Roemeense taal

De kolonisatie van DaciŽ
In het gebied dat grofweg het huidige RoemeniŽ beslaat, woonden ruim voor het begin van onze jaartelling Geto-Dacische stammen die onder koning Burebista in ťťn enkele staat werden georganiseerd. Na de dood van de koning in 44 v. Chr. viel deze staat weer uiteen. Terwijl het Romeinse Rijk zijn invloed steeds verder uitbreidde, kwam nog eenmaal een Dacische eenheidsstaat tot stand, en wel onder koning Decebal (87-106). Na twee oorlogen tegen de DaciŽrs slaagde de Romeinse keizer Trajanus er in 106 in de DaciŽrs te onderwerpen waarna het grootste deel van DaciŽ, net als de rest van de Balkan, een Romeinse provincie werd. In de Romeinse kolonie DaciŽ vermengden de kolonisten zich met de plaatselijke bevolking. In 271-275, wegens de dreiging van opdringerige barbaren aan de noordgrens van DaciŽ besloot keizer Aurelianus de provincie op te geven en het Romeinse leger en bestuur terug te trekken tot ten zuiden van de Donau. In hoeverre er na de terugtrekking van het Romeinse gezag een Latijnssprekende bevolking achterbleef ten noorden van de Donau, is een historisch geschilpunt dat vaak met nationalistische wapens wordt uitgevochten. Het ene - veelal Hongaarse - kamp zegt dat DaciŽ door de Daco-Romeinen werd verlaten en dat de Roemenen de afstammelingen zijn van een bevolking die later vanuit het zuiden de Donau overstak en zich vestigde in wat nu RoemeniŽ is. De tegenstanders van deze opvatting houden staande dat er continuÔteit is geweest en dat de Roemenen de erfopvolgers zijn van een bevolking die sinds de Romeinse verovering onafgebroken op Roemeens grondgebied heeft gewoond. Deze stelling proberen zij te onderbouwen met archeologische vondsten.

Een andere vraag en een ander twistpunt is in hoeverre bevolking die het Latijn als voertaal gebruikte, bestond uit oorspronkelijke inwoners van Rome en ItaliŽ. Het Latijn was de omgangstaal voor alle volken uit de verschillende uithoeken van het uitgestrekte Romeinse Rijk, en de Romeinse legioenen op Dacisch grondgebied bestonden voor het grootste deel uit soldaten die niet uit Rome en omgeving afkomstig waren. Feit blijft dat in die dagen het Latijn en later het oer-Roemeens de voertaal was in het hele Balkangebied ten noorden van Griekenland, wat zo zou blijven tot de komst van de Slavische volken in de loop van de zesde en zevende eeuw: de Romaanse taalgemeenschap viel toen uiteen in brokken, waarvan het in DaciŽ gesproken Roemeens - ook wel het Daco-Roemeens genoemd - verreweg de grootste is. Maar ook in andere delen van het Balkanschiereiland bleven eilandjes over waar tot op de dag van vandaag een Roemeens dialect wordt gesproken: op het schiereiland IstriŽ (in het hedendaagse KroatiŽ), in Bulgarije, MacedoniŽ, AlbaniŽ en Noord-Griekenland, waar het Roemeens tot in deze eeuw honderdduizenden sprekers had (zie RB nr. 4 [22], augustus 1998).

Het vroegste Roemeens
Over de ontwikkeling van het Roemeens in het eerste millennium na Christus weten we eigenlijk maar weinig. De reden daarvoor is dat de officiŽle taal van de kerk en het bestuur in de Balkan eerst het Grieks was en later, in de tijd dat de eerste Roemeense staten tot ontwikkeling kwamen, het Oud-Kerkslavisch. Ook de eerste kronieken en geschiedschrijvingen op Roemeens grondgebied waren in het Oud-Kerkslavisch. Wel komen we in Slavische teksten uit de veertiende en vooral de vijftiende eeuw allerlei Roemeense woorden en formuleringen tegen en zinswendingen die zo uit het Roemeens lijken te zijn overgenomen. Het is niet bekend wanneer er voor het eerst brieven en andere documenten in het Roemeens werden geschreven, maar het oudste bewaard gebleven stuk in een taal die onmiskenbaar Roemeens is, stamt uit 1521.

De brief van Neacsu. Klik hier eventueel voor een grotere afbeelding

In 1521 schreef de edelman Neacsu uit C‚mpulung een brief aan jude (schepen) Hans Benkner (of Han„s Begner) uit Brasov om deze te waarschuwen voor een expeditie die de Turken ondernamen. Hoewel de beleefdheidsformule waarmee de brief aanvangt, nog in het Slavisch is en er nog wat andere Slavische elementen in zitten, hebben we hier het eerste document waarvan we zonder aarzeling kunnen zeggen dat het Roemeens is: "I pak dau stire do(m)nietale za lucrul Turcilor, cum amu auzit eu c„ Ómparatul au esit den Sofija si aimintrea nu e, si seau dus Ón sus pre Dun„re..." (Bovendien laat ik u weten over de acties van de Turken, aangezien ik heb gehoord dat de keizer uit Sofia is vertrokken en nergens anders is, en dat ze naar het noorden, in de richting van de Donau, zijn gegaan.) Ter vergelijking: dit betekent dat de oudste Roemeense tekst bijna zevenhonderd jaar jonger is dan de befaamde eden van Straatsburg van 841, de eerste tekst waarvan we zeggen dat het duidelijk Frans is en geen Latijn meer. Neacsu schreef zijn brief natuurlijk in het Cyrillische alfabet, dat de Roemenen - met enkele uitzonderingen - tot in de negentiende eeuw zouden gebruiken. Toen werd besloten het Roemeens voortaan in het Latijnse alfabet te schrijven, werd er in principe voor iedere klank ťťn letterteken gebruikt dat overeenstemde met de Cyrillische letter. Zo kregen we de letters s-cedille, t-cedille, ‚, „, Ó, die onderdeel uitmaken van het Roemeense alfabet.

Roemeens en de andere Romaanse talen
Het Roemeens zoals het zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld, is dus een zustertaal van de westerse Romaanse talen zoals het Frans, het Spaans en het Italiaans. Het Roemeense hoofddialect is de moedertaal van zo'n 25 miljoen mensen in RoemeniŽ, de republiek MoldaviŽ, delen van de OekraÔne (zuidelijk BessarabiŽ, TransnistriŽ en noordelijk Bucovina), Zuid-Hongarije (ongeveer 50.000 sprekers), JoegoslaviŽ (in de Servische Banaat), en enkele honderdduizenden of zelfs miljoenen Roemenen verspreid over de hele wereld, met belangrijke concentraties in de Verenigde Staten en Canada.

Te midden van de andere Romaanse talen is het Roemeens wel in veel opzichten een buitenbeentje. Geen andere Romaanse taal heeft het achtergeplakte bepaalde lidwoord (de, het) dat het Roemeens kenmerkt. Het Latijn had geen lidwoord en op een gegeven moment is men het aanwijzend voornaamwoord (die, dat) als lidwoord gaan gebruiken. Dat lidwoord kon vůůr of achter het zelfstandig naamwoord worden geplaatst. "Wolf" in het Latijn is lupus, "de wolf" werd dan ille lupus of lupus ille. In alle Romaanse talen behalve het Roemeens heeft de eerste mogelijkheid zich ontwikkeld, in het Roemeens de tweede. "Wolf" in het Roemeens is lup (Frans: loup; Italiaans: lupo) "de wolf" is lupul (Frans: le loup; Italiaans: il lupo). Het Roemeens valt ook op doordat het als enige Romaanse taal nog naamvallen heeft - altijd even slikken voor mensen die de taal willen gaan leren. Het "Universiteitsplein" is Piata Universit„tii, waarbij Universit„tii de tweede naamval van Universitate is.

Woordenschat
De woordenschat van het Roemeens is een mengeling van Latijnse, Slavische en veel andere vreemde woorden, maar de basiswoordenschat is toch overtuigend Latijn - met een paar aardige uitzonderingen: da - ja, is overgenomen uit het Slavisch; het woordje sic (zo) dat veel andere Romaanse talen uit het Latijn (si is "ja" in Italiaans, Spaans en Portugees) hebben overgenomen, is het Roemeense si ("en") geworden). Uit de herkomst van de woorden zijn interessante dingen af te leiden. Zo kun je aan bepaalde woorden nog zien dat de eerste Romeinse kolonisten in DaciŽ militairen waren: b„tr‚n (oud, van levende wezens gezegd) is afgeleid van het Latijnse veteranus (veteraan). Het Roemeense werkwoord dat "vertrekken" betekent, a pleca, is afgeleid van het Latijnse plicare (opvouwen), want een soldaat die vertrekt moet natuurlijk eerst zijn tent opvouwen. Uit de christelijke woordenschat van het Roemeens valt ook op te maken dat de Roemenen al heel vroeg zijn gekerstend, namelijk omdat ze Latijnse woorden en geen Slavische gebruiken voor de fundamentele begrippen van het geloof. "God" is Dumnezeu, van Domine Deus (Here God); "engel" is Ónger, van angelus; "kerk" is biseric„, afgeleid van basillica, waar wij "basiliek" aan ontlenen. Van de taal van de oorspronkelijke DaciŽrs is niet veel terug te vinden in het Roemeens; er zijn niet meer dan zo'n 200 woorden waarvan men weet of vermoedt dat ze uit het Dacisch zijn overgebleven, zoals Dun„re (Donau), br‚nz„ (kaas), stejar (eik), codru (woud), enzovoort.

De taal van de Slaven, die zich enigszins hebben vermengd met de plaatselijke bevolking van geromaniseerde DaciŽrs, heeft ook veel sporen nagelaten. Honderden Slavische woorden zijn doorgedrongen in het Roemeens, waaronder veel die tot de basiswoordenschat behoren, zoals bolnav (ziek), z„pad„ (sneeuw) en hain„ (kledingstuk). Ook zijn opmerkelijk veel woorden voor huishoudelijke gereedschappen - sit„ (zeef), ciocan (hamer) - van Slavische oorsprong. Doordat de kerkelijke taal eeuwenlang het Oud-Kerkslavisch was, zijn er ook veel van oorsprong Slavische woorden die betrekking hebben op het bestuur van de Kerk, zoals vl„dic„ (bisschop), duhovnic (biechtvader), staret (abt).

Veel andere volken waarmee de bewoners van het land van Karpaten en Donau contact hebben gehad in de loop der eeuwen, hebben ook hun sporen nagelaten in de taal: Hongaren, Grieken, Turken, Duitsers, Russen enzovoort. De taalvernieuwing van de achttiende en negentiende eeuw, toen veel nieuwe begrippen ook in de taal werden ingevoerd, viel echter samen met het ontstaan van het besef van het Latijnse karakter van taal en volk en romantische ideeŽn van volk en natie die toen opgeld deden. Daardoor waren de nieuwe woorden die sindsdien in de taal kwamen, bijna allemaal overgenomen uit de andere Romaanse talen, met name het Frans. Soms werd daarbij ook gruwelijk overdreven; de stroming der latinisten probeerde een Roemeens in te voeren dat veel dichter bij het Latijn stond maar dat weinig te maken had met de taal die door de bevolking werd gesproken. De invloed van het Frans nam nog toe toen de onafhankelijke Roemeense staat (1877) haar wetgeving entte op de Belgische Grondwet (die toen nog niet in het Nederlands bestond) en het Franse Wetboek van Strafrecht. Hoewel het Roemeens ook nu nog graag op het Frans teruggrijpt bij het invoeren van nieuwe begrippen, doet het Engels steeds meer zijn invloed gelden. Zo heeft het Franse woord voor "computer", calculateur electronique - in het Roemeens calculator electronic of alleen calculator - het onlangs moeten afleggen tegen het Engelse en internationale computer.

Taalpolitiek
Gezien zowel de structuur van de taal als de basiswoordenschat van het Roemeens kan er geen enkele twijfel bestaan dat we te maken hebben met een Romaanse taal. Toch zijn er, om puur politieke redenen, weleens vraagtekens gezet bij de latiniteit van het Roemeens. In de onafhankelijke republiek MoldaviŽ, tot 1992 een sovjet-republiek, wordt Roemeens gesproken door de grote meerderheid van de bevolking en het Roemeens is de officiŽle taal. Nadat het gebied in 1940 was geannexeerd door de Sovjet-Unie, werd de taal echter geschreven in het Cyrillische alfabet - overigens niet het oude Roemeense Cyrillische alfabet, maar de Russische versie daarvan. Bovendien waren er weleens dubieuze "wetenschappers" die probeerden aan te tonen dat het "Moldavisch" een aparte Romaanse taal was. Zo schreef de Grote Sovjet Encyclopedie in 1955 dat "het Moldavisch buitengewoon veel lijkt op het Moldavische dialect van het Roemeens dat wordt gesproken in MoldaviŽ (Volksrepubliek RoemeniŽ) tussen de Prut en de Karpaten". Natuurlijk lijkt het er veel op, want het is ťťn en dezelfde taal. In Griekenland zijn er ook nog wel zogenaamde wetenschappers die proberen het officiŽle beleid van de Griekse overheid dat Griekenland geen nationale minderheden heeft, te onderbouwen met door aan te tonen dat het Aroemeens eigenlijk een Grieks dialect is. Dit is zo'n evidente onzin dat gelukkig maar weinig mensen dergelijke standpunten serieus nemen.

Houten taal en nieuwlichterij
Talen zijn voortdurend in beweging en ook het Roemeens is aan voortdurende verandering onderhevig. Toch zijn de vernieuwingen niet zo radicaal geweest dat een hedendaagse spreker van het Roemeens niet meer boeken uit de negentiende eeuw zou kunnen lezen. In de communistische tijd ontwikkelde zich een soort partijbonzentaal die bestond uit inhoudloze en pompeuze uitdrukkingen en een overdaad aan afkortingen die limba de lemn (houten taal) werd genoemd. Een soortgelijk verschijnsel van de ontwikkeling van een "totalitaire taal" vond overigens plaats in Duitsland tijdens het nazi-tijdperk, waar de nazi's bepaalde woorden een andere betekenis of althans bijbetekenis gaven. Een beroemde spreker van de Roemeense houten taal ("we moeten alles op alles zetten en geen inspanning nalaten...") was Nicolae Ceausescu ("de meest geliefde zoon van het volk..."), die tegelijkertijd befaamd was om zijn taalfouten en foutieve uitspraak van het Roemeens. Zo zei Ceausescu altijd pretini in plaats van prieteni (vrienden), ezport in plaats van export, en dergelijke. In de jaren tachtig, nog tijdens het Ceausescu-regime, zijn alle blunders van de dictator keurig opgenomen in het woordenboek van taalfouten van de taalkundige Alexandru Graur - uiteraard zonder bronvermelding.

Ook in RoemeniŽ zijn (net als in Nederland met de invoering van de nieuwe spelling en op dit moment in de Duitstalige wereld) enkele jaren geleden van hogerhand veranderingen in de spelling doorgevoerd. Sinds de oorlog tot 1996 kwam de letter alleen voor in woorden als Rom‚nia (RoemeniŽ), rom‚n (Roemeen/Roemeens) en dergelijke; in alle andere gevallen werd deze klank weergegeven met de letter Ó. In de jaren vijftig werden, om politieke redenen, de niet-Latijnse aspecten van het Roemeens benadrukt. Er werd officieel de voorkeur gegeven aan Slavische woorden in plaats van Romaanse en de spelling met Ó in plaats van had ook tot doel het Romaanse karakter van de taal te verminderen. Nu heeft de Academie van Wetenschappen besloten dat deze klank aan het begin van een woord met Ó wordt geschreven en in het midden van een woord weer met een . Zo zou meer recht worden gedaan aan de herkomst van een woord. Zo is p‚ine (brood) duidelijker ontstaan uit het Latijnse panis dan pÓine en c‚ine (hond) lijkt meer op canis dan cÓine. Deze verandering stuitte op veel weerstand en nog steeds zijn er mensen (en ook kranten en uitgeverijen) die weigeren de nieuwe spelling te gebruiken. Zo heeft ook RoemeniŽ zijn eigen versie van het panne(n)koek-probleem.

Jan Willem Bos
Roemenie Bulletin, april 2001, p. 32-35.
Voor meer actuele ontwikkelingen zie ook het artikel over de taalpolitie. Terug naar Informatie over de Roemeense taal